De zin en onzin van het stoten van je voet

door | maart 03 2019 | 0 Reacties

Ja lap, een paar weken voor mijn klimverlof en ik scheur een ligament aan mijn teen.
“Wanneer neem je eens tijd voor jezelf, Els? Wanneer heb je eens 2 dagen na elkaar vrij? ” vroeg de leertherapeut me een maand geleden.

Met een grote lach en zo’n ondertoon die zegt “mwoehaaaa deze ga je niet zien aankomen en je gaat er niet van terughebben” antwoordde ik: “aaaah, half april ga ik op klimverlof!”

Toegegeven, anderhalve maand later pas me-time, het is eigenlijk wel lang, maar hey, dat is het leven een zelfstandige, right?! Hoe anders bereik je iets? Toch niet door stil te staan zeker? Door bezig te zijn en te gaan, sta ik wel waar ik sta. 

Maar ehm, waar sta ik eigenlijk???? Werkte ik vorig jaar niet superhard aan zichtbaarheid maar wordt ik gezien???? Is dat vitamine D-tekort dat er desondanks mijn vele wandelingen in de natuur kwam, een teken?

 Ach, binnen anderhalve maand ben ik op verlof, ik plan om binnen anderhalve maand aan mezelf te denken! Goed he! Engagement en afspraken nakomen en er zijn voor iedereen, allemaal mooi en belangrijk. Ik krijg niet voor niets de kwaliteit “zorgzaam” toebedeeld hoor. Dat is écht een kerntalent of toch op zijn minst iets wat stevig verankerd zit in mij. Waar je als het ware “zorgzaam” ziet, zie je mij.

Hummm, ziet er iemand mij? Lijkt het er tegenwoordig niet verdacht veel op dat ik gezien wordt als iemand anders iets nodig heeft? Vorig jaar tijdens een opleidingsdag kwam er de opdracht: zoek een voorwerp of iets en zoek voor iedereen van de groep een onderdeel daarvan en leg uit waarom. 

Je raadt wellicht niet snel wat ik kreeg toebedeeld …. De chassis van een auto, jawel, chassis, dat deel dat zorgt dat alles samenblijft en ondersteuning biedt maar dat verder niet gezien wordt. Ik ben geen radio die voor vrolijke muziek zorgt, geen koplamp die voor licht zorgt, geen claxon die gehoord wordt, ik ben chassis en zorg van anderen.

Maar goed, terug naar de basis, die teen dus, wat heeft de teen hier nu weer mee te maken?!

18 maart, de verjaardag van mijn grootmoeder naast wie ik jaren woonde. Woonde in de verleden tijd ja, want in 2013 verhuisde naar de overkant en verkent ze de boel daar al tegen dat ik de oversteek maak.

100 jaar en net geen 2 maanden heeft ze hier de boel verkend, de laatste jaren zwaaiden we vrolijk naar elkaar als ik naar mijn werk vertrok. Heerlijke momenten: zij achter haar raam, ik halverwege de straat mij omdraaiend en alsof ik een vliegtuig uit de ruimte naar een innieminnie startbaan moest begeleiden – zo groots zwaaide ik naar haar. Af en toe een vreemde – wa is’t met dedie blik – op mij gericht maar acht, zij genoot en mijn innerlijk pipi langkous stiekem ook.

En dan ging ze plots achteruit en toen ik op een avond na het werk binnensprong, zag ik aan haar gezicht en ogen … dat de brug naar de overkant voor haar bijna af was. Een intense avond volgde, ik trachtte afscheid te nemen maar vond het toch irreëel om tot ziens te zeggen tegen iemand die toch ineens nog veel kracht en een sterke wil had. Ik vroeg haar of ze wilde dat ik bij haar sliep en kreeg als antwoord hoe ik dat dan zou doen. “Op een matje naast jou”, zei ik. Haar ogen hoewel eerder “anders” keken ineens vol liefde, zorg, daadkracht en misschien een vleugje angst diep in de mijne en zei dat dat niet ging of niet hoefde. Mijn gevoel nam over en vertelde me dat ze mij er niet bij wilde op dat moment. Ik legde haar een laatste maal uit op welke speeddial-knop op haar senioren-gsm ik zat en ze oefende nog een paar keer en ik installeerde haar in haar zetel met de stoelen, haar looprekje, de gsm etc exact zoals zij wilde. 

Shit zeg, time to go. Een dikke knuffel en kus, de deal dat we beide van overheerlijk chocolade zouden dromen en een “dankjewel, je hebt goed voor me gezorgd, Els” later, was mijn opdracht haar deur achter me dicht te trekken en de deur ernaast binnen te stappen.

Ik had beloofd pas om 6u15 terug binnen te komen. Ijsberend, huilend, angstig, doodop en klaarwakker tegelijkertijd, zat ik haar het huis naast het hare. Enkele meters van haar. Zou ze daar achter die muur angstig zijn? Zou ze zich bedacht hebben en willen dat ik toch nog eens kom? Heeft ze het warm genoeg? Zou ze nog weten hoe ze me kan bellen? 

Vroeger dan verwacht en nog ver voor mijn wekker afging, werd ik wakker, zou ik snel uit mijn bed springen en naar haar gaan? Het was alsof ik haar aan mijn bed zag staan en ze me zei dat het ok was en ik herinnerde me de belofte om pas om 6u15 langs te gaan. Ik legde me neer, tilde nog eens mijn hoofd op naar de plek waar ik dacht haar gezien te hebben en dacht: “nee joh, niet mogelijk, dadelijk zien we elkaar weer.”

6u15: “Bomma?, Bomma, hoor je mij? Ben je wakker?” Ow, euhm, de brug is af denk ik of is het coma en kan ze niet reageren? Aarzelend stak ik mijn hand uit. Hopelijk schrikt ze niet. Zachtjes raakte haar aan; “bomma????” Euhm, wat nu … ik bel mijn ouders. Mama neemt op. “Mama, euhm, ja, euhm, bomma wilt niet wakker worden.” Zeg ik omdat ik niet durf zeggen waar bomma bij is dat ze gestorven is want misschien hoort ze me en doet ze alle moeite van de wereld om mij om hulp te vragen.

Haar rollator staat wat verder in de living, mooi bij de kast alsof iemand hem opzij zette om haar bij de arm te nemen en te vergezellen. Ik vraag me af hoe dat kan, of ze bang was en of ze zich last-minute toch niet bedacht en wilde dat ik er was. Heb ik wel goed gedaan?
Ik wijk niet meer van haar zijde en houd met arendsogen alles en iedereen in’t oog. Oh wee als iemand haar onrespectvol of brut behandeld. Zie ik haar toch niet bewegen? Heeft de arts echt de juiste vaststellingen gedaan? 

Hoewel mijn wereld stil bleef staan, draaide de aarde wel verder en moest ik ook verder.

Nu 6 jaar later, overleef ik voor de 6e keer een zware 18e maart. Ik wilde langs het kerkhof gaan maar dit was al gesloten. Vluchtig prevelde ik een gelukkige verjaardag naar de hemel.

Die avond zag ik dat ik mijn 10.000 stappen voor die dag nog niet had en stond op om de laatste stappen in mijn living te halen. En toen, knalde ik snoerhard met mijn teen tegen de kastpoot.

Dat ebt wel dat, dacht ik. Een dag later was die pijn nog niet verminderd en mankte ik vreselijk. 

We zijn een week later, een heuse kleurboek zag ik reeds verschijnen op mijn tenen en voet, meters tape en doekjes werden als opgebruikt. 

Ik ben in gesprek met een wonderwijf en het gaat over mijn teen en gescheurd ligament.

Ze vraagt me: “Wat was er dan vorige week maandag?”

Doing, daar valt mijn euro: vorige week verjaarde ons bomma en ergens ver weg zo heel stil in mijn hoofd besef ik dat ik maar aan’t gaan ben en chassis aan’t wezen ben voor alles en iedereen, behalve voor de belangrijkste persoon in mijn leven nl ikzelf.

Zou dit het teken zijn dat ik al jaren vraag van bomma?

Mijn liefste bomma, mijn meter, dankjewel om voor mij te zorgen. Wist je al dat ik zelfstandige geworden ben? Wat zegt bompa daarvan, heb ik het ondernemende van jullie kant van de familie? Zag je opa en oma ook al? Lieve bomma, wat mis ik jou en wat mis ik ons. 

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.