In deze blogreeks deel ik mijn persoonlijke verhaal over het moment dat ik onverwacht de diagnose borstkanker kreeg en hoe mijn leven vanaf die dag volledig veranderde.

Zittend in mijn keuken, kijkend door het raam naar de eekhoorn die zijn weg baant naar het voederbakje, mijmer ik. Ik bedenk ik hoe ik de afgelopen jaren niet stil heb gezeten. Of juist wel eigenlijk. Ik moest wel. Het leven, of moet ik zeggen de wil om te leven, dwong me op de knieën.

Zowat alles moest ik opgeven: mijn haar, mijn lichaam, mijn we-blijven-gaan-attitude, mijn ego en mijn sportieve activiteiten. Mijn hele leven eigenlijk.

Kanker was al eens dichtbij geweest in de familie. Mijn moeder kreeg er eerder mee te maken, maar zij herstelde gelukkig best wel vlot. Wat zijn de kansen dat ik amper een jaar later zelf de diagnose zou krijgen? Weliswaar een andere vorm, borstkanker, maar toch.

Nietsvermoedend ging ik naar het ziekenhuis voor een echo. Ik had al jaren een cyste waar ik plots een vaag, tintelend gevoel bij kreeg. Vanuit het principe “better safe than sorry” liet ik het toch maar even nakijken. Je wilt in de toekomst immers geen spijt krijgen dat je je eigen lichaamssignalen negeerde.

Echter waren die lichaamssignalen zo vaag, dat ik de afspraak bij de huisarts bijna had afgezegd. Ook de huisarts was er gerust in, maar hanteerde hetzelfde veilige principe en schreef een echo voor. Een scan hoefde niet, want er was geen enkele reden tot ongerustheid.

En daar lag ik dan op de tafel bij de radioloog. Gauw even die echo laten maken en dan snel door naar mijn ouders om de verjaardag van papa te vieren.

“Hmmm, oei, hmmm…” klonk het plots.

Toen werd de echo verplaatst van mijn borst naar mijn oksel. Er werd gemeten en nog wat ‘gehumd’. Vervolgens kreeg ik te horen dat ik de gel van me af moest vegen. Ik moest naar de kamer ernaast voor een mammografie.

Die mammografie bevestigde het vermoeden van de radioloog: ik had borstkanker. Hij vertelde me dat er een operatie nodig zou zijn, gevolgd door chemotherapie en/of radiotherapie. Daar moest een oncoloog over beslissen. Hij maande me aan om even te wachten; hij zou meteen het verslag opmaken zodat ik stante pede naar mijn gynaecoloog kon gaan.

Verdoofd en in volledige ongeloof begaf ik me naar de gynaecoloog. Ik vatte post bij de deur tussen de wachtruimte en het bureau van de medisch secretaresse. Aanmelden kon niet zomaar, want het werkte op afspraak — en die had ik dus niet. Ik moest wachten tot er iemand werd binnengeroepen.

De eerste secretaresse wilde me eigenlijk wegsturen. Gelukkig had de tweede secretaresse gehoord dat ik rechtstreeks van de radioloog kwam, die me op het hart had gedrukt om onmiddellijk te komen. Zij nam mijn verslag aan en liep ermee naar de gynaecoloog…

Hoe het verder ging, vertel ik binnenkort in een nieuwe blog.